De AOW- en pensioenrichtleeftijd gaan versneld omhoog. Bent u hier al op voorbereid?

Wellicht herkent u de situatie nog wel van vorige wijzigingstrajecten, waarbij eind december nog de instemming van de werknemers gevraagd moest worden, omdat het traject met de ondernemingsraad toch langer duurde dan vooraf gedacht. Dit kan voorkomen worden door de wijziging van de pensioenrichtleeftijd tijdig op de agenda te zetten. Hierbij is het wenselijk om een goed beeld te hebben van de verschillende pensioenleeftijden die zijn opgenomen in de individuele en/of collectieve arbeidsovereenkomst en het pensioenreglement. Sluiten deze leeftijden naadloos op elkaar aan? Is het duidelijk voor de werknemer welke keuzes er zijn ten aanzien van de pensioeningang en welke rechten hij heeft bij het einde van zijn dienstverband  nu de pensioenrichtleeftijd blijft afwijken van de AOW-leeftijd?

Aanpassing AOW- en pensioenrichtleeftijd
De fiscale pensioenrichtleeftijd wordt per 1 januari 2018 verhoogd naar 68 jaar. Dit betekent dat (nagenoeg) alle pensioenregelingen (wederom) gewijzigd moeten worden. Werkgevers moeten hiervoor instemming vragen aan de ondernemingsraad én aan de individuele werknemers(vertegenwoordigers). Aangezien het een tijdrovend proces kan zijn om de instemmingen rond te krijgen, adviseren wij u om de wijziging van de pensioenregeling tijdig op de agenda te zetten.

De fiscale pensioenrichtleeftijd werd eerder per 1 januari 2014 verhoogd naar 67 jaar. De reden hiervan was de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd (Wet VAP). In de Wet VAP werd vastgelegd dat de pensioenrichtleeftijd in de toekomst zal worden gekoppeld aan de levensverwachting vanaf 65 jaar. Op basis van de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is de levensverwachting vanaf 65 jaar gestegen, waardoor verdere verhoging van de fiscale pensioenrichtleeftijd noodzakelijk is.

De AOW-leeftijd dient op basis van de Wet VAP en de meest recente cijfers van het CBS ook verder te worden verhoogd. Per 1 januari 2022 zal de AOW-leeftijd hierdoor uitkomen op 67 jaar en drie maanden. De AOW-leeftijd en de fiscale pensioenrichtleeftijd blijven dus van elkaar afwijken. De pensioeningangsdatum in de collectieve pensioenregeling kan overigens binnen de wettelijke kaders worden vervroegd of uitgesteld. Hierdoor kunnen werknemers een pensioeningangsdatum kiezen die aansluit op hun AOW-leeftijd. Een “pensioengat” kan op deze wijze worden voorkomen.

Mogelijke problemen
In de praktijk is het de vraag welke pensioen(richt)leeftijd is opgenomen in de individuele arbeidsovereenkomst, de collectieve arbeidsovereenkomst en het pensioenreglement. Voor zowel werkgever als werknemer is het dan duidelijk wanneer het dienstverband eindigt en de werknemer ouderdomspensioen en/of AOW ontvangt.

Maar wat nu als er afwijkende pensioen(richt)leeftijden worden gehanteerd in de verschillende documenten? In de individuele arbeidsovereenkomst is dan bijvoorbeeld 65 jaar opgenomen als pensioenleeftijd (pensioenontslagdatum), in het pensioenreglement 68 jaar en in de Algemene Ouderdomswet  66 jaar.  Wanneer kan de betreffende werknemer dan met pensioen? Werkgevers dienen hierop bedacht te zijn door de verschillende documenten te checken.

Mogelijke problemen kunnen dan bijvoorbeeld ontstaan op het moment dat het voor een werkgever niet duidelijk is wanneer het dienstverband met oudere werknemers mag worden beëindigd vanwege het bereiken van een bepaalde pensioenleeftijd, zonder instemming van de werknemer, het UWV of de kantonrechter.

Het kan ook onduidelijkheden veroorzaken als een werknemer in dienst is gebleven na zijn AOW-leeftijd en wil weten of hij nog pensioen mag blijven opbouwen of zijn pensioen mag laten ingaan. Deze onduidelijkheid kan evens voorkomen worden door de verschillende documenten na te lopen.

Toekomstige wetgeving

Op 21 december 2016 is een concept wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen gepubliceerd middels een internetconsultatie. In dit concept wetsvoorstel komt Staatssecretaris Klijnsma tegemoet aan de wens van pensioenuitvoerders om de mogelijkheden te verruimen voor collectieve waardeoverdracht die samenhangt met de aanpassing van de pensioenrichtleeftijd.

In 2013 bepaalde Staatssecretaris Klijnsma en DNB al dat er geen sprake is van een interne collectieve waardeoverdracht conform artikel 83 Pensioenwet indien enkel de pensioeningangsdatum van bestaande pensioenaanspraken wordt verhoogd, terwijl de deelnemer het recht behoudt om de pensioeningangsdatum te vervroegen. Daarbij dient ook sprake te zijn van collectieve actuariële gelijkwaardigheid. In dergelijke gevallen dienden pensioenuitvoerders dus niet een collectieve waardeoverdracht bij DNB te melden en de individuele deelnemers in de gelegenheid te stellen bezwaar te maken tegen de interne waardeoverdracht.

In het concept wetsvoorstel wordt nu voorgesteld om artikel 83 Pensioenwet aan te passen door het individuele bezwaarrecht bij een verhoging van de wettelijke pensioenrichtleeftijd te schrappen. Daarbij worden voorwaarden voorgesteld die voorkomen dat de deelnemer wordt benadeeld. De herrekening dient collectief actuarieel gelijkwaardig te zijn en de pensioenregeling dient te voorzien in de mogelijkheid om de pensioeningangsdatum te vervroegen. Door middel van deze wijziging kunnen pensioenuitvoerders kosten besparen ten gunste van het collectief. Staatssecretaris Klijnsma streeft er naar dat het wetsvoorstel op 1 januari 2018 in werking treedt.

De mogelijke toekomstige schrapping van het individuele bezwaarrecht bij verhoging van de pensioenrichtleeftijd geldt overigens alleen voor de pensioenuitvoerders. Werkgevers dienen nog steeds voor de verhoging van de pensioenrichtleeftijd altijd instemming te vragen aan de ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging en individuele werknemers(vertegenwoordigers).

Meer actualiteiten

  • Verplichte wijziging van alle Nederlandse pensioenovereenkomsten

  • Op 13 juni organiseren wij het pensioenseminar “Is de werkgever verantwoordelijk voor pensioen?” “Pensioen, dat regelt de verzekeraar of het pensioenfonds toch!?” Herkenbaar? Werkgevers hebben ech

  • Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt vindt van wel. Deelnemers zouden volgens hem rechten moeten kunnen ontlenen aan uniforme pensioenoverzichten en jaarafschriften van een pensioenuitvoerder, zo nodig door

  • Verdeling van pensioen bij scheiding, een complex onderwerp. De wettelijke regeling daarvoor wordt binnenkort veranderd. Roel Veugelers heeft meegeschreven aan het advies van de adviescommissie pensio

  • Met de invoering van de Verzamelwet pensioenen 2019 per 1 januari 2019 is - onder meer - de Pensioenwet (PW), de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb) en de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) ge

  • Per 1 januari 2019 zijn de laatste onderdelen van de Wet waardeoverdracht klein pensioen in werking getreden. Dit heeft geleid tot wijzigingen in - onder meer - de Pensioenwet (PW) en de Wet verplicht

  • Op 13 januari 2019 is de Europese IORP II-Richtlijn in Nederland van kracht geworden. Dit heeft geleid tot wijzigingen in - onder meer - de Pensioenwet (PW), de Wet verplichte beroepspensioenregelinge

  • Roel Veugelers heeft als deskundige de vaste commissie van SZW van de Tweede Kamer geadviseerd over de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVPS). Zal de WVPS in de Pensioenwet worden opgenom

  • Twee in het pensioenrecht gespecialiseerde advocatenkantoren, Onno F. Blom Advocaten en Veugelers Advocatuur, gaan samen verder. Onno Blom, Roel Veugelers en Tim Zuiderman vormen zo met hun team de gr

Altijd op de hoogte

De ontwikkelingen in ons vakgebied staan nooit stil. Wij vinden het bijzonder belangrijk om zowel op de hoogte te zijn van deze ontwikkelingen, als deze kennis te delen en te onderbouwen. Hieronder vindt u verschillende artikelen, publicaties en uitspraken rondom pensioenrecht en aanverwante rechtsgebieden.

Meer nieuws